Jane Vaneheim groeide op binnen een christelijke traditie, maar merkte gaandeweg dat haar innerlijke wereld een andere richting op wilde. Niet uit afwijzing, maar uit een eerlijk verlangen naar een dieper, natuurlijker gevoel van spiritualiteit. In de stilte van de seizoenen, in de taal van de natuur en in de runen vond zij een oude wijsheid die niet dwingt, maar uitnodigt.
Haar pad naar het Oud-Germaanse is een reis van vertraging, onderzoek en thuiskomen. Een verschuiving van zoeken naar antwoorden naar luisteren naar betekenis. In haar werk verweeft zij persoonlijke ervaring met respect voor traditie en ruimte voor eigen interpretatie.
Met dit boek wil zij geen regels geven, maar paden openen. Geen waarheid verkondigen, maar een uitnodiging bieden aan iedereen die voelt dat er meer is dan wat ons werd geleerd. Haar schrijfstijl is zacht, verbonden en geworteld in eenvoud en natuur.
Voor lezers die op zoek zijn naar rust, richting of herkenning kan haar werk een kompas zijn.